In september 1999 bracht de commissie voor de mer
advies uit aan minister Pronk over de vergunningaanvraag voor
burgergebruik van het vliegveld Laarbruch. Hieronder volgen de
belangrijkste tekortkomingen die de commissie constateerde,
letterlijk geciteerd uit hoofdstuk 4 van het advies.
Wat betreft de afweging van de vier hoofdelementen voor een
passende beoordeling op basis van art. 6.3 en 6.4 van de
Habitatrichtlijn komt de Commissie tot de volgende conclusies:
Zekerheid dat de natuurlijke kenmerken niet worden aangetast.
Vanwege de in de hiernavolgende paragraaf geconstateerde essentiële tekortkomingen, kan op basis van de in de vergunningaanvraag gepresenteerde informatie niet worden vastgesteld of de natuurlijke kenmerken van de SBZ's (speciale beschermingszones) niet worden aangetast
Ontstentenis van alternatieve oplossingen.
De vergunningaanvraag behandelt geen alternatieve oplossingen. Voor de particuliere initiatiefnemer is er slechts een oplossing en dat is het civiele gebruik van de luchthaven voor passagiers- en vrachtvervoer met militair gebruik als NATO-reservebasis tijdens bijzondere omstandigheden. In de ideale situatie had de vergunningaanvraag moeten zijn voorafgegaan door een strategische besluitvorming over het gebruik van het luchthaventerrein nadat de RAF zal zijn vertrokken. In die strategische afweging hadden alternatieve bestemmingen beschouwd kunnen worden inclusief het nut en de noodzaak van een ieder van de oplossingen met als resultaat een strategisch besluit met randvoorwaarden over het toekomstige gebruik van het plangebied.
Aantonen van dwingende redenen van groot openbaar belang.
De vergunningaanvraag behandelt slechts het economisch perspectief van het civiele gebruik van de luchthaven. Daarmee zou het economisch nut van het voornemen kunnen zijn aangetoond maar is de noodzaak nog niet vast komen te staan.
Nemen van alle nodige compenserende maatregelen.
De vergunningaanvraag bevat geen voorstellen voor het uitvoeren van compenserende maatregelen voor eventuele milieugevolgen in Nederland. Het opstellen van dergelijke maatregelen heeft overigens pas zin als met de nodige aanvullende informatie het totaalbeeld is komen vast te staan welke milieugevolgen te verwachten zijn in het Nederlandse deel van het studiegebied.
In het vervolg van hoofdstuk 4 van het advies somt de commissie de volgende 14 aandachtspunten op:
- Het is van essentieel belang voor een goed inzicht in de mogelijke gevolgen voor Nederland dat duidelijkheid wordt gegeven over de baanlengte in het toekomstige civiele gebruik en daarmee over potentiële ontwikkelings-mogelijkheden voor de luchthaven alsook over de realiteitswaarde van de uitvliegroutes van baan 27 voor de verschillende vliegtuigtypes.
- Het is van essentieel belang dat inzicht wordt gegeven in de betekenis van het voornemen in de vergunningaanvraag over de toelating van nachtvluchten of gedurende bepaalde perioden van de nacht.
- Er is in de vergunningaanvraag en in de bijbehorende documenten geen rekening gehouden met de Habitat- en Vogelrichtlijn en met de aanwijzing van de diverse SBZ's in het Nederlandse deel van het studiegebied vanaf 1994 ('De Hamert', 'Heideterreinen Bergen' en 'Maasduinen'). Ook is geen rekening gehouden met het te nemen besluit door de Nederlandse overheid voor het gebruik van het Nederlandse luchtruim voor over Nederlands grondgebied opstijgende en dalende vliegtuigen.
- Om de vraag over de "ontstentenis van alternatieve oplossingen" in het kader van de beschermingsformule overeenkomstig de Habitatrichtlijn voor de SBZs te kunnen beantwoorden, is duidelijkheid over de NATO-reserve-status van de luchthaven nodig.
- Om de omvang van het studiegebied in Nederland te kunnen bepalen is het nodig dat daarvoor de geluid-contour 20 Ke en de nachtcontour LAeq 20 dB(A) worden berekend en getekend op kaart. De omvang van het studiegebied voor het aspect externe veiligheid dient te worden bepaald met behulp van de formule van Piers. Teneinde een oordeel te kunnen geven over de juiste omgang van het studiegebied voor het onderzoek naar de tuchtverontreiniging is het noodzakelijk dat aangegeven wordt op grond van welke criteria de grenzen van het studiegebied zijn vastgesteld. Om de effecten op de geluidhinder door het wegverkeer, dat door de toekomstige civiele luchthaven wordt aangetrokken, te kunnen vaststellen, dient alsnog onderzoek te worden uitgevoerd. De omvang van het studiegebied moet daarbij worden bepaald op grond van duidelijke criteria. De omvang van het geohydrologisch systeem moet worden aangegeven om te kunnen nagaan of verontreinigingen die op het luchthaventerrein in de bodem, het oppervlaktewater en het grondwater terechtkomen Nederland kunnen bereiken. Uit de aldus afgebakende gebieden voor geluid, externe veiligheid, luchtverontreiniging en geohydrologie zal blijken of en in hoeverre de SBZ's daarbinnen zijn gelegen.
- Voor de vergelijking van de milieugevolgen van het voorgenomen civiele gebruik van de Luchthaven is aanduiding van de referentiesituatie nodig. Daarbij rijst de vraag of daaraan de situatie ten grondslag kan liggen die is gebruikt voor de berekening van de 35 Ke contour voor het militaire gebruik van de tuchthaven of de recente gebruikssituatie van de luchthaven door de RAF. Teneinde een goed inzicht mogelijk te maken in de aantallen personen die ernstige geluidhinder en slaapverstoring kunnen ondervinden is berekening nodig van de 25 en 20 Ke contouren, de LAeq 20 dB(A) nachtcontour alsook de LAeq 24 uur 70 dB(A) contour. Voor de berekening van de effecten op de aanzienlijke (en naar het zich laat aanzien nog steeds groeiende) verblijfs-recreatie in het Nederlandse deel van het studiegebied dienen Time-above contouren (TA50 en TA65) te worden berekend en in kaart gebracht. In deze berekeningen moet rekening worden gehouden met de opmerking over de uitvliegroutes over Nederland in paragraaf 4.2 van dit advies.
- Voor de controle op de naleving van de vergunningvoorschriften en voor de evaluatie achteraf van de gevolgen voor het Nederlandse deel van het studiegebied is inzicht nodig in de plannen voor de opzet van een geluid-monitoringssysteem en/of berekening achteraf aan de hand van werkelijke vluchtpaden.
- Om inzicht te krijgen in de mogelijke toename van de geluidhinder door verkeer op het Nederlandse wegennet, is het noodzakelijk dat de geluidhinder wordt bepaald op grond van een duidelijke beschrijving van de verkeersaantrekkende werking van de toekomstige civiele luchthaven op de routes waarlangs de aanvoer van passagiers en vracht zal plaatsvinden.
- Voor een goed inzicht in de exteme veiligheidsgevolgen van het civiele gebruik van de luchthaven voor het Nederlandse deel van het studiegebied is het nodig de risico's te berekenen volgens in Nederland gangbare methoden dan wel volgens vergelijkbare methoden met presentatie van de individuele risicocontouren en de groepsrisicocurve. Hierbij moet rekening morden gehouden met speciale omstandigheden voor Laarbruch. Met de resultaten moeten de eventuele planologische consequenties en de consequenties van de risico's voor de rampenbestrijding op Nederlands grondgebied worden vastgesteld.
- Om de vastgestelde effecten op de luchtkwaliteit langs het (Nederlandse) wegennet te kunnen beoordelen, is het noodzakelijk dat duidelijkheid wordt verschaft over de toedeling van verkeer dat door het civiele gebruik van de luchthaven wordt aangetrokken. Op grond daarvan kunnen de effecten op de luchtkwaliteit worden bepaald.
- Om te kunnen nagaan of de waterhuishouding in Nederland beïnvloed kan worden door het civiele gebruik van de luchthaven onder normale en abnormale bedrijfsomstandigheden is informatie nodig over het geohydrologisch systeem waarbinnen het luchthaventerrein is gelegen.
- Voor de beantwoording van de vraag of de voorgenomen activiteit aantasting van de natuurlijke kenmerken in de SBZ's in het Nederlandse deel van het studiegebied tot gevolg kan hebben, is inzage nodig in de verandering in immissies van getuid en van tuchtverontreinigende stoffen alsook van water- en bodemverontreinigende stoffen in deze SBZ's ten gevolge van het voorgenomen gebruik van de luchthaven.
- Voor de beantwoording van de vraag welke mogelijkheden er bestaan om de milieugevolgen voor Nederland te mitigeren of te compenseren is nadere informatie nodig. Dit is vooral van belang indien uit de aanvullende informatie over de milieugevolgen van het voorgenomen civiele gebruik zou blijken dat de gevolgen voor Nederland groter zouden zijn dan bij het militaire gebruik van de luchthaven.
- Om te kunnen bepalen in hoeverre verandering in de milieugevolgen zal optreden als gevolg van het voor-genomen civiele gebruik van de luchthaven is vergelijking met een goed beschreven referentiesituatie nodig.
- Het is van belang voor Nederland om inzicht te krijgen in die leemten in kennis die een beoordeling van de milieugevolgen bemoeilijken Dit geldt ook voor de mogelijkheden die bestaan om dergelijke leemten in kennis snel te kunnen invullen.
Laatste zin van het adviesrapport:
Daarbij moet met name worden gedacht aan de conclusie dat de tot nu toe ter beschikking staande informatie (althans volgens de opvatting van de Commissie) onvoldoende grondslag biedt voor het nemen van een verantwoorde beslissing omtrent de toestemming tot het gebruik maken van het Nederlandse luchtruim.
Hier kunt u het volledige rapport vinden.