De regionale functie van regionale
luchthavens.
In hoeverre kunnen regionale luchthavens ook een regionale
functie vervullen. Bij het beantwoorden van de vraag in hoeverre
de regionale belangen meer tot hun recht kunnen komen lopen een
aantal vraagstukken door elkaar heen:
Bij de beantwoording van deze vragen tekenen zich twee
clusters van denken af. In het ene cluster wordt de functie van
een regionale luchthaven louter gezien als regionaal en dient de
landelijke en of regionale overheid scherpe beperkingen aan de
functies op te leggen om te voorkomen dat er bovenregionale
functies. Proefvluchten, dagrandvluchten, nachtvluchten,
chartervluchten en intercontinentale vluchten worden aangetrokken
om de vliegvelden economisch rendabel te maken. Vanuit deze
denkrichting wordt ook benadrukt dat, onbenutte geluidsruimte
voor militair vliegverkeer niet tijdelijk of structureel aan
civiel vliegverkeer ter beschikking dient te worden gesteld,
zeker niet zonder zorgvuldige parlementaire besluitvorming. Er
wordt sterk de nadruk gelegd op een mobiliteits-beleid waarin de
regio met name via snelle railverbindingen wordt ontsloten en het
vliegverkeer beperkt blijft tot een beperkte schaal van zakelijk
verkeer. Betwijfeld wordt of er sowieso wel economisch
bestaansrecht is voor de regionale luchthavens.
In het andere cluster van denken dient er voldoende vrijheid te
zijn voor de regionale
luchthavens om bovenregionale activiteiten te ontwikkelen en
dient de overheid terughoudend om te springen met beperkingen.
Het belang van de regio voor de ontwikkeling van bovenregionale
activiteiten van regionale luchthavens is gelegen in het feit van
de economische spin off. Daarbij wordt het ongewenst gevonden om
te eng op functies met een regionaal belang in te zetten.
Waar de groep constateert dat regionale vliegvelden in beginsel
een regionale functie vervullen lopen de meningen uiteen over hoe
strak dit moet worden geïnterpreteerd.
Een deel van de groep trekt een scherpe lijn bij louter regionale
functies en pleit voor
actieve beperking van vluchten vanuit bovenregionale functies
Anderen vinden dat de regionale luchthavens binnen grenzen van
milieu en ruimtelijke ordening niet te sterk in hun functies
moeten worden beperkt.
De totale groep pleit wel voor een sterke invloed vanuit de
regionale politiek op die functies Over de wijze waarop die
invloed gestalte kan krijgen verschillen de meningen weer.
Volgens sommigen zou de invloed van de regionale overheid op het
vaststellen van de functies van de luchthaven gestalte moeten
krijgen niet alleen via het voorwaardenscheppend beleid
(ruimtelijke ordening etc.) maar ook via een aandeelhouderschap.
Anderen verzetten zich tegen aandelenparticipatie van de overheid
en willen de publieke rol van de overheid zuiver houden.
(Bron: Beleidsvisie regionale luchtvaartinfrastructuur, TNLI)