Platform Vliegveld Laarbruch, 4 december 2002
Persbericht
Brief aan de Provinciale Staten
De antwoorden van Gedeputeerde Staten op vragen van statenlid P. Wessels,
gedateerd 12 november 2002, betreffende de legeskosten waarmee Noordlimburgse
bezwaarmakers tegen de vergunning voor het vliegveld Laarbruch -bij afwijzing-
geconfronteerd worden, geven het Platform Vliegveld Laarbruch aanleiding tot de
volgende opmerkingen.
Het college van GS gaat in haar antwoorden geheel voorbij aan de rol van de
provincie zelf in deze kwestie, als instantie die de vergunning ter inzage
gelegd heeft in Nederland zonder gewag te maken van dit kostenaspect.
Als de provincie hiervan niet op de hoogte was, is het tamelijk vanzelfsprekend
dat de 3400(!) Nederlandse bezwaarmakers dat ook niet waren. En dat deze van de
provincie een iets andere reactie verwachten dan een uitleg (achteraf) van de
Duitse regels en een opvatting over de hoogte van het bedrag.
Het is zeer begrijpelijk dat het college niet op de hoogte was van deze Duitse
regelgeving. Het kan zich hier echter niet achter verschuilen. Op zijn minst kan
men verwachten dat het college de Bezirksregierung in Düsseldorf meedeelt dat
zij een procedurefout heeft gemaakt en om die reden de € 25 regeling buiten
werking moet stellen, en dat de Provincie de bezwaarmakers over dit standpunt
zal informeren. Het gevolg hiervan zal zijn dat de regering van NRW geen
juridische basis zal hebben om de € 25 te vorderen.
Gebeurt dit niet dan stevenen we naar onze inschatting af op een situatie waarin
de meeste bezwaarmakers noch hun bezwaren intrekken, noch van plan zijn te
betalen als hun bezwaar wordt afgewezen. Daarmee ontstaat een administratieve
chaos, die vraagt om een bestuurlijke oplossing en meer creativiteit dan GS
tonen in de boven aangehaalde antwoorden.
Wij vragen u daarom bij GS aan te dringen op meer betrokkenheid bij deze voor de
kop van Noord-Limburg belangrijke kwestie.