De Limburger, 9 november 1999
BERGEN Over het luchthaven-plan voor Laarbruch is
interventie geboden van minister Pronk (Milieu). Hij moet de
verantwoordelijke ministers in Duitsland en deelstaat Noordrijn-Westfalen
erop wijzen dat het onverantwoord is om toestemming voor een
burgervliegveld te verlenen. De gevolgen aan Nederlandse kant
zijn nog onvoldoende bekend.
Bergens burgemeester C. Klaverdijk heeft in een persoonlijke
brief aan de minister met klem aangedrongen op interventie van
Pronk.
Aanleiding is, zo licht Klaverdijk desgevraagd toe, "de redelijk positieve teneur over de regionale luchthaven bij de Duitse autoriteiten, die nogal vaart achter de besluitvorming zetten.' Dat spoort niet met de uitkomsten van de milieu-effectrapportage van de Nederlandse mer-commissie. Die is tot de conclusie gekomen dat de beschikbare informatie "onvoldoende basis biedt voor een verantwoorde beslissing over toestemming voor het gebruik van het vaderlandse luchtruim.' Volgens de mer-commissie kan de Bergense eis om een grensoverschrijdende milieu-effectrapportage niet worden afgedwongen. Wel moet Duitsland zich houden aan de bepalingen van de Europese Habitat- en Vogelrichtlijnen ter bescherming van flora en fauna in belangrijke natuurgebieden. De Duitse autoriteiten hebben daaraan nog niet voldaan, zo bleek eind oktober tijdens een hoorzitting in Düsseldorf.
Vanwege het ontbreken van essentiële informatie over milieu-effecten en lawaai-overlast heeft de gemeente Bergen spoorslags nader onderzoek geëist op basis van de bevindingen van de Nederlandse mer-commissie. Die commissie heeft Pronk eerder al op de "vele geconstateerde tekortkomingen in de informatie' van Duitse zijde gewezen. De beschikbare informatie "geeft een incompleet beeld van de milieugevolgen aan Nederlandse kant'.
Nederland is zonder meer tegen nachtvluchten vanaf Airport Laarbruch, maar door onduidelijkheid over de lengte van de start- en landingsbaan (2440 of 3000 meter) is er volgens de mer-commissie geen zicht op de geluidsoverlast in Bergen. De commissie zet een fiks vraagteken bij de Duitse stelling dat vliegtuigen meteen na de start in een bocht van 15 graden naar het noorden afbuigen en zodoende nauwelijks boven Nederlands grondgebied komen.
Of dat praktisch uitvoerbaar is, is de vraag. Zo'n bocht kan volgens de commissie door vliegtuigen van de grootte van het 737-type niet op 300, maar pas op 500 voet hoogte worden gemaakt. "Dat is halverwege Nieuw Bergen. Bij nog grotere vliegtuigen ligt het draaipunt nog verder naar het westen', aldus de mer-commissie; derhalve richting Maas en Vierlingsbeek.
Van Duitse zijde is steeds een draaipunt op 500 meter ten oosten van Nieuw Bergen genoemd. Door de onduidelijkheid over de uitvliegroutes voor verschillende vliegtuigtypes is volgens de mer-commissie onbekend hoeveel woningen en bewoners, ook van recreatieverblijven, ernstige geluidshinder van de eventuele luchthaven zullen ondervinden.