Dagblad de Limburger, 4 maart 2004.
Deur voor nachtvluchten Bergen op kier
Peet Adams
Bergen/Den Haag -
De gemeente Bergen moet er rekening mee houden dat er over twee jaar boven
Limburgs grondgebied ook 's nachts gevlogen wordt van en naar het nabijgelegen
vliegveld Niederrhein in Laarbruch.
Dat blijkt uit het Verdrag tussen Nederland en Duitsland over de spelregels voor
het vliegveld, dat geconfronteerd wordt met een snel stijgend aantal passagiers.
Het verdrag is vorige week ter goedkeuring aan De Tweede Kamer aangeboden. In
het verdrag staat de bepaling dat over twee jaar voor de eerste keer overleg
mogelijk is over het verruimen van het nachtvluchtregime. Nu gelden voor
Niederrhein dezelfde openstellingtijden als voor Maastricht-Aachen Airport;
tussen 23 uur 's avonds en 6 uur 's morgens is het opstijgen of landen van
vliegtuigen boven Nederlands grondgebied verboden.
Mocht er in 2006 toestemming worden gegeven voor nachtvluchten, dan moet de
geluidszonering voor met name Bergen opnieuw aangepast worden. De woonkern
Nieuw-Bergen valt volgens het verdrag nu geheel buiten die zone. Voor
Niederrhein is een maximum gesteld aan de mate van geluidsoverlast. Als blijkt
dat het vliegveld structureel meer overlast veroorzaakt, door bijvoorbeeld de
invoering van nachtvluchten, dan moet er een Milieu Effect Rapportage (onderzoek
naar de gevolgen voor mens en natuur) worden opgesteld. Bij een zeer beperkte
versoepeling van nachtvluchtregime is zo'n onderzoek niet verplicht, zo blijkt
uit het verdrag.
In het verdrag wordt overigens benadrukt dat Niederrhein aanzienlijk minder
geluidsoverlast oplevert dan het voormalige, militaire vliegveld Laarbruch.
Formeel hoeft Nederland geen instemming te geven voor het gebruik van de
luchthaven Niederrhein. Wel is toestemming van de Nederlandse overheid nodig
voor het gebruik van het Nederlandse luchtruim. Er kan geluidsoverlast in
Noord-Limburg ontstaan als de luchthaven vanuit westelijke richting wordt
aangevlogen.
In het verdrag is geregeld dat de Duitse overheid (Bezirkregierung Düsseldorf)
erop toeziet dat die westelijke vluchtroute niet bovenmatig wordt gebruikt. De
Duitsers kunnen daarover rechtstreeks worden aangesproken door de Nederlandse
Staat. De Handhavingsdienst Luchtvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat
onderzoekt op dit moment of Nederland zelf toch ook een bepaalde vorm van
toezicht kan houden door vliegbewegingen van en naar Niederrhein te registreren.
Volgens gouverneur B.van Voorst tot Voorst is de kans erg klein dat er ooit
overeenstemming komt over de invoering van nachtvluchten vanaf Niederrhein. Als
een rode draad loopt door het verdrag de stelling dat Nederlandse burgers in de
nabijheid van een buitenlandse luchthaven recht hebben op hetzelfde
beschermingsniveau als omwonenden van een Nederlands vliegveld. Van Voorst
erkent wel dat die luchthaven ook voor de regio Noord-Limburg kan uitgroeien tot
een economische factor van belang.