Stichting Platform Vliegveld Laarbruch, 4 september 2000.


Het wordt spannend

De discussie rond de Duitse plannen loopt al twee jaar en leidt tot fel verzet van de bevolking aan Nederlandse zijde, met name omdat Nieuw Bergen en Vierlingsbeek in het verlengde van de start- en landingsbaan liggen. Onze stichting heeft in nauw overleg met de gemeente Bergen (L) deze protesten gecoördineerd en gekanaliseerd. Haar uitgangspunt is tweeledig. Enerzijds wil zij de Duitse initiatieven niet blokkeren maar slechts de bedreigingen die zij inhouden elimineren. Anderzijds ontwikkelt zij alternatieven. Dit laatste is tot heden niet erg succesvol. Niet omdat er geen serieuze plannen zijn, maar vooral omdat regionale Duitse politici nergens anders over willen praten dan over een vliegveld. Serieuze alternatieven van Nederlandse en Duitse zijde, zelfs initiatieven die meer arbeidsplaatsen op zouden kunnen leveren dan de luchthaven, werden ter zijde gelegd.

De bezwaarschriftenprocedure in Duitsland is uit het oogpunt van inspraak veel zwakker dan die in Nederland. Daardoor en door de politieke verhoudingen in Düsseldorf stond bij voorbaat al vast dat de Flughafen Niederrhein toestemming van de Duitse overheid zou krijgen. De Nederlandse bevolking is daarom voor haar bescherming volledig afhankelijk van de Nederlandse overheid. In de afgelopen jaren heeft de stichting de ministers van Verkeer en Waterstaat, van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, en van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, en ook het provinciaal bestuur van Limburg van de ontwikkelingen en van haar standpunt op de hoogte gehouden. De problematiek raakt alle drie de ministeries, onder meer door de aanwijzing van het gebied als Nationaal Park, de vogelrichtlijn, de milieuvraagstukken en de luchtvaarttechnische vraagstukken.

Nu breekt de belangrijkste fase aan. Om te kunnen starten en landen is toestemming van de Nederlandse overheid nodig. Onze pogingen om bij een gebruik van het vliegveld de overlast tot een min of meer aanvaardbaar niveau te brengen richtten zich daarom op een staatsverdrag tussen Nederland en Duitsland waarin het gebruik geregeld wordt. Op dit moment, september 2000, overlegt de Stichting met de grotere Kamerfracties over de problematiek om hen te wijzen op het belang van het verdrag en op het feit dat dit de enige echte bescherming is die de Nederlandse inwoners kunnen krijgen.

Een regeling in een staatsverdrag is noodzakelijk. De luchthaven is naar het zich laat aanzien als kleiner vliegveld niet economisch rendabel te exploiteren. Dit betekent dat er in de komende jaren onvermijdelijk druk ontstaat om de vergunning te verruimen. Als de contouren en controle over deze vergunning niet in een democratisch controleerbaar verdrag zijn geregeld, dreigt een stelselmatige verruiming van de vergunning. De in de vergunningaanvraag berekende geluidscontouren op basis van het verwachte gebruik moeten volgens ons vastgelegd worden als de maximaal bereikbare contouren. Bovendien moet vastgelegd worden dat er geen nachtvluchten volgens Nederlands recht (23.00 - 06.00) zullen plaatsvinden en dat er in het weekeinde in beginsel niet gevlogen zal worden. Dit laatste is met name van belang omdat het gebied waarover gevlogen wordt een gebied voor stilterecreatie is van nationale betekenis.

Tussen Nederland en Duitsland vinden onderhandelingen over een staatsverdrag plaats. Dit verdrag gaat over grensvliegvelden in het algemeen en het vliegveld Laarbruch in het bijzonder. In beginsel worden onze wensen hierin verwoord. Het probleem met de huidige stand van de onderhandelingen is dat er onvoldoende maatregelen voor handhavingcontrole zijn opgenomen. Wij hebben kenbaar gemaakt dat wij verbetering op dat punt willen.

Uiteraard begrijpen de regionale Duitse overheden ook dat de aantrekkelijkheid van het vliegveld voor investeerders afhangt van de toekomstige expansiemogelijkheden. Zij houden geïnteresseerde investeerders dan ook ruimere groeimogelijkheden voor dan in de vergunningaanvraag voorzien is. Zij gaan er daarbij vanuit dat als de vergunning eenmaal verleend is, deze kan worden opgerekt met argumenten van rentabiliteit. Er is deze krachten alles aan gelegen om geen staatsverdrag te sluiten dan wel het vliegveld Laarbruch daar niet in op te nemen. Dit dreigt nu en een lobby daarvoor is gestart.

Een staatsverdrag is de enige garantie dat de overlast binnen de perken blijft omdat een eventuele wijziging op zo'n verdrag onherroepelijk zal leiden tot een MER-rapportage aan Nederlandse zijde. Uit een eerder
rapport van de MER-commissie, blijkt dat zo'n MER-rapportage waarschijnlijk tot een negatief advies zal leiden, zodat zo'n verdrag een toekomstige uitbreiding blokkeert.

De stichting vindt het nogal schokkend dat een zo negatief advies van de MER-commissie door de huidige Europese en Nederlandse wet- en regelgeving niet kan leiden tot een weigering van Nederlandse zijde om mee te werken aan het tot stand komen van de burgerluchthaven totdat een MER-rapportage heeft plaatsgehad. Het heeft ons in ieder geval gesterkt in onze opvatting dat wij niet ten onrechte protesteren. Het minste dat wij van de wetgever kunnen vragen is om door een staatsverdrag een eventueel verzoek tot uitbreiding wel onder de werking van de wetgeving en onder de controle van de Tweede Kamer te brengen. Het is de enige manier om de Nederlandse inwoners rond Laarbruch een zelfde bescherming te geven als Nederlanders rond Nederlandse regionale vliegvelden.


Stichting Platform Vliegveld Laarbruch